maart 2021

» Lees meer

De Levende Natuur

De Levende Natuur is een professioneel forum voor natuurbehoud, -beheer en -beleid in Nederland en België, opgericht in maart 1896. De artikelen zijn gebaseerd op recent ecologisch onderzoek, ervaring of waarneming van de auteurs. Er worden actuele thema’s gesignaleerd en bediscussieerd door betrokken deskundigen.

Actueel

Een voorproefje van ons mei-nummer

 

Het mei-nummer van De Levende Natuur staat in het teken van trilveen, een bijzonder verlandingsstadium in laagveenmoerassen. Dat herbergt zeldzame en bedreigde plantensoorten zoals de groenknolorchis en geel schorpioenmos. Het areaal van dit habitattype is de laatste decennia helaas hard achteruitgegaan. In een aantal artikelen geven de auteurs uitleg over de bedreigingen, maar ze gaan óók in op nieuwe initiatieven voor beheer en herstel, zoals slim plaggen en bevloeiing met voedselarm, basenrijk water.

 

Uit ons maart-nummer

-

Levend moerasveen in Nederland

Tot in de middeleeuwen bedekte moerasveen een groot deel van Nederland. Nu is dit landschapstype de grote onbekende in het Nederlandse natuurbe- leid. En dat is eigenlijk vreemd, want er zijn legio redenen om het moeras- veenlandschap in ere te herstellen: het is van grote ecologische en economi- sche waarde. De klimaatcrisis schreeuwt om natuur die CO2 opslaat en die zelfredzaam is. Natuur waar niet continu gemaaid of gekapt hoeft te worden, maar waar een natuurlijk hoog waterpeil instellen genoeg is. Daarom pleit ARK Natuurontwikkeling voor het herstel van moerasveenvorming in het huidige veenweidegebied.

Lees het hele artikel

 

Schot in de roos voor de grauwe klauwier

De grauwe klauwier is een kieskeurige kostganger. Om veel jongen in goede conditie groot te brengen heeft een broedpaar een afwisselend open gebied nodig met continu aanbod van grote insecten. Na jaren van achteruitgang neemt de grauwe klauwier nu weer toe als broedvogel in Nederland. Het voor publiek gesloten Artillerie Schietkamp Oldebroek (ASK) is een gevarieerd heidegebied met veel jeneverbessen die door grauwe klauwieren worden gebruikt als uitkijkpost en favoriete neststruik. In dit gebied is een bronpopulatie grauwe klauwieren ontstaan die andere delen van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug bedient. Wat waren de ingrediënten van dit succesverhaal?

 

Hazelwormen-sterfte op fietspaden  

Onderzoek naar faunasterfte door verkeer concentreert zich doorgaans op vogels, zoogdieren en amfibieën op autowegen in verstedelijkt gebied. Rob Bijlsma hield jarenlang het aantal dode hazelwormen bij op twee fietspaden door natuurgebieden in Drenthe. Steeds vaker worden deze weinig beweeglijke hagedissen vermorzeld onder fietsbanden.  

 

Januari 2021

 

In ons eerste nummer van 2021 komt onder meer de nauwe korfslak aan bod. Stikstofneerslag heeft ervoor gezorgd dat veel open duingraslanden begroeid zijn geraakt met struweel, zoals duindoornstruiken. De afgelopen decennia is een hoop geld en energie gestoken in maatregelen om het open duin in ere te herstellen. Maar dat gaat ten koste van de nauwe korfslak, een huisjesslak van slechts 2 millimeter hoog. Arno Boesveld, Sylvia van Leeuwen, Tello Neckheim en Adriaan Gmelig Meyling  van de Stichting ANEMOON luiden de noodklok.

 

 

 

Historie

Op initiatief van E. Heimans en Jac. P. Thijsse verscheen in maart 1896 het eerste nummer van De Levende Natuur. Samen met J. Jaspers Jr. vormden zij ook de eerste redactie van het tijdschrift. Alle drie waren onderwijzers.

 

Tot dan toe bestonden er alleen verschillende boekjes over de natuur, geschreven door de beide oprichters. Nu ontstond ook de mogelijkheid om melding te maken van waarnemingen en vondsten. De Levende Natuur kreeg als veelzeggende ondertitel ‘tijdschrift voor natuursport’ mee. Zo verscheen in de 9e aflevering een oproep van de leraar en florist H. Heukels om groeiplaatsen van plantensoorten aan te melden en was er in de twintiger jaren een kikker-enquête. Er ontstond zo een basis voor een hechtere organisatie van natuuronderzoekers.

In 1914 overleed plotseling E. Heimans. Hij werd vrijwel direct door zijn zoon J. Heimans in de redactie opgevolgd. Het tijdschrift werd onder zijn invloed steeds wetenschappelijker van aard. Natuurbescherming was nadrukkelijker onderwerp van de bijdragen. De vele aanslagen op de zogenaamde “woeste gronden” bewerkstelligden dit. Regelmatig verschenen overzichten van door natuurorganisaties aangekochte gebieden, vergezeld van oproepen om geld te storten voor nieuwe aankopen.

 

Gedurende de Tweede Wereldoorlog is het blad enige jaren niet verschenen; in 1945 overleed Jac.P. Thijsse. Toch werd de draad weer opgepakt, en wel door N. Tinbergen & J. Wilcke. Vanaf januari 1947 kreeg het tijdschrift de ondertitel “Nederlands tijdschrift voor veldbiologie”. Er verschenen terreinbeschrijvingen teneinde de gebieden te beschermen. In de loop der jaren werd vooral aandacht besteed aan vogels en planten, inclusief mossen en varens. Daarnaast kwamen insecten, vissen, zoogdieren, spinnen, reptielen en paddestoelen veelvuldig aan bod.

 

Met het overlijden van J. Heimans in 1978 leek er een einde te komen aan De Levende Natuur. Twee maal werd een poging tot doorstart ondernomen. Sinds 1984 bestaat het tijdschrift in zijn huidige vorm en gaan de artikelen niet alleen over natuurbescherming en natuurbehoud mar ook over natuurbeheer,  natuurontwikkeling, beleid en beleving. Door de redactie wordt bewust gekozen voor een zo breed mogelijk spectrum: artikelen over alle soorten organismen, vooral in relatie tot beheer en herstel. Een belangrijk doel is kennisoverdracht aan mensen uit beheer en beleid.

Agenda