november 2020

» Lees meer

De Levende Natuur

De Levende Natuur is een professioneel forum voor natuurbehoud, -beheer en -beleid in Nederland en België, opgericht in maart 1896. De artikelen zijn gebaseerd op recent ecologisch onderzoek, ervaring of waarneming van de auteurs. Er worden actuele thema’s gesignaleerd en bediscussieerd door betrokken deskundigen.

Actueel

Voorproefje: De Levende Natuur, nr. 1, januari 2021

 

Open duin gered, nauwe korfslak in de verdrukking

Stikstofneerslag heeft ervoor gezorgd dat veel open duingraslanden begroeid zijn geraakt met struweel, zoals duindoornstruiken. De afgelopen decennia is een hoop geld en energie gestoken in maatregelen om het open duin in ere te herstellen. Maar dat gaat ten koste van de nauwe korfslak, een huisjesslak van slechts 2 millimeter hoog. Arno Boesveld, Sylvia van Leeuwen, Tello Neckheim en Adriaan Gmelig Meyling  van de Stichting ANEMOON luiden de noodklok.

 

Droge ecosystemen herstellen langzamer dan natte

Provincies financieren herstelmaatregelen om de biodiversiteit in het natuurnetwerk te verbeteren. Hebben die effect? Jazeker, maar vooral op natte ecosystemen. Bij droge ecosystemen is er minder resultaat, schrijven Dirk-Jan van der Hoek en Paul Giesen van het Planbureau voor de Leefomgeving en Bart de Knegt van Wageningen Environmental Research. Wat er mis gaat, lees je in het komende nummer van De Levende Natuur.

 

Abonnees ontvangen deze editie omstreeks 22 januari.

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Neem vóór donderdag 7 januari 16:00 u. een abonnement

 

November 2020

 

In het novermbernummer besteden we onder meer aandacht aan de achteruitgang van de Zeeuwse bloemendijken. Het Zeeuwse landschap wordt gekenmerkt door een uitgebreid netwerk van binnendijken. Die herinneren ons aan vroeger tijden waarin de strijd tussen mens en water in alle hevigheid woedde. Veel van deze dijken herbergen een unieke botanische rijkdom. Dit heeft hen de naam “Zeeuwse bloemdijken” opgeleverd. Helaas takelt deze rijkdom al gedurende decennia steeds meer af. Een belangrijke vraag is, waardoor dit komt en of het tij nog gekeerd kan worden? 

 

September 2020

 

In het septembernummer staat Griend in de schijnwerpers. De ongestoorde, centrale ligging in de Waddenzee, met hoogwatervluchtplaatsen en rondom foerageergronden, maakt van dit natuureiland een ideale stopover voor trekvogels. In het broedseizoen broeden er bovendien 20 duizend paar kokmeeuwen, grote sterns  en visdieven. Om tot een effectief beheer te komen, heeft een multidisciplinair onderzoeksteam de afgelopen jaren dit bijzondere eiland onder de loep genomen. In een mini-special komen de belangrijkste resultaten aan de orde, zoals erosie en aangroei van dit zogeheten stormvloedschoorwal-eiland,  interacties met de omgeving, de rol van vogelpoep en de vraag: moet het eiland weer kunnen ‘wandelen’, zelfs als het dan uiteindelijk onder water verdwijnt?

 

 

Historie

Op initiatief van E. Heimans en Jac. P. Thijsse verscheen in maart 1896 het eerste nummer van De Levende Natuur. Samen met J. Jaspers Jr. vormden zij ook de eerste redactie van het tijdschrift. Alle drie waren onderwijzers.

 

Tot dan toe bestonden er alleen verschillende boekjes over de natuur, geschreven door de beide oprichters. Nu ontstond ook de mogelijkheid om melding te maken van waarnemingen en vondsten. De Levende Natuur kreeg als veelzeggende ondertitel ‘tijdschrift voor natuursport’ mee. Zo verscheen in de 9e aflevering een oproep van de leraar en florist H. Heukels om groeiplaatsen van plantensoorten aan te melden en was er in de twintiger jaren een kikker-enquête. Er ontstond zo een basis voor een hechtere organisatie van natuuronderzoekers.

In 1914 overleed plotseling E. Heimans. Hij werd vrijwel direct door zijn zoon J. Heimans in de redactie opgevolgd. Het tijdschrift werd onder zijn invloed steeds wetenschappelijker van aard. Natuurbescherming was nadrukkelijker onderwerp van de bijdragen. De vele aanslagen op de zogenaamde “woeste gronden” bewerkstelligden dit. Regelmatig verschenen overzichten van door natuurorganisaties aangekochte gebieden, vergezeld van oproepen om geld te storten voor nieuwe aankopen.

 

Gedurende de Tweede Wereldoorlog is het blad enige jaren niet verschenen; in 1945 overleed Jac.P. Thijsse. Toch werd de draad weer opgepakt, en wel door N. Tinbergen & J. Wilcke. Vanaf januari 1947 kreeg het tijdschrift de ondertitel “Nederlands tijdschrift voor veldbiologie”. Er verschenen terreinbeschrijvingen teneinde de gebieden te beschermen. In de loop der jaren werd vooral aandacht besteed aan vogels en planten, inclusief mossen en varens. Daarnaast kwamen insecten, vissen, zoogdieren, spinnen, reptielen en paddestoelen veelvuldig aan bod.

 

Met het overlijden van J. Heimans in 1978 leek er een einde te komen aan De Levende Natuur. Twee maal werd een poging tot doorstart ondernomen. Sinds 1984 bestaat het tijdschrift in zijn huidige vorm en gaan de artikelen niet alleen over natuurbescherming en natuurbehoud mar ook over natuurbeheer,  natuurontwikkeling, beleid en beleving. Door de redactie wordt bewust gekozen voor een zo breed mogelijk spectrum: artikelen over alle soorten organismen, vooral in relatie tot beheer en herstel. Een belangrijk doel is kennisoverdracht aan mensen uit beheer en beleid.

Agenda