mei 2019

» Lees meer

Reactie (4/5) op platform "Natuurbescherming verwordt tot pretparkbeheer!" (mei 2010)

Door: Laura I. Kooistra

Recreatie in natuurgebieden?

Het julinummer van De Levende Natuur nodigt uit tot een inhoudelijke discussie over het thema recreatie in natuurgebieden naar aanleiding van het platformartikel van De Raad et al. in het meinummer. Als paleobotanicus onderschrijf ik de inhoudelijke strekking van het platformartikel: recreatie in zijn huidige vorm n zoals die zich nu ontwikkelt is funest voor de biodiversiteit in de laatste restanten van natuurlijke en halfnatuurlijke landschappen in Nederland.

Ik onderzoek als paleobotanicus verleden landschappen en de daarbij behorende vegetaties. Mijn werkterrein is Nederland en de tijdsdiepte is de laatste 10.000 jaar. In de ruim honderd jaar dat het vakgebied bestaat is een schat aan informatie verkregen van een rijke schakering aan landschappen met hun bijbehorende vegetaties n van de invloed van de mens op die landschappen en die vegetaties. Hoe verschillend al die onderzoeken ook zijn, n resultaat loopt als een rode draad door de geschiedenis: overal waar in het verleden de mens verscheen werd de natuurlijke vegetatie benvloed. Dat laatste was niet per definitie slecht voor de biodiversiteit. Sterker nog, een variatie in de mate van gebruik leverde doorgaans een grotere biodiversiteit op. Intensief gebruik van het landschap leidde echter te allen tijde tot hetzelfde pakket aan triviale pioniers en ruderalen van voedselrijke grond. Verdween de mens uit het landschap dan herstelde de natuurlijke dynamiek met de daarbij behorende vegetaties. Refugia van waaruit vegetaties en de daarbij behorende biodiversiteit zich konden herstellen waren in het verleden immer aanwezig. Ze kwamen voor in alle landschapstypen, ze waren vaak groot en nog belangrijker, mensen kwamen in die refugia niet of nauwelijks voor.

Niet alleen uit de tientallen paleobotanische onderzoeken, maar ook uit tal van rapporten over het hedendaagse landschap blijkt dat grootschalig en intensief gebruik van het landschap altijd leidt tot verlies aan biodiversiteit. Daarom wordt nu een ecologische hoofdstructuur tot stand gebracht en moeten natuurgebieden als refugia voor planten en dieren dienen. De hedendaagse refugia zijn echter klein en kwetsbaar. Het zijn inmiddels eilanden in een te voedselrijke woestijn (verdroging, vermesting, verzuring, wie kent niet de drie vs?). Als wij iets kunnen leren van al die paleobotanische onderzoeken, dan is het wel dat wij de mens eigenlijk uit de refugia zouden moeten weren. Dus geen massarecreatie, geen struinterreinen, geen crossroutes, etc. Recreatie hoort thuis in recreatiegebieden, niet in de ehs, niet in Nature 2000-gebieden en niet in andere natuurgebieden met een kwetsbare planten- en dierenwereld. Laten we de recreatie gewoon in recreatiegebieden houden. Daar kunnen mensen zich uitleven, ravotten, hun krachten meten of gewoon luieren aan een recreatiestrandje langs het water.

Maar wat is dan de betekenis van natuurgebieden voor de mens? Het zou goed zijn wanneer terreinbeherende organisaties hun inspiratie voor beleid opdoen in de museumwereld. Er zijn namelijk veel meer parallellen tussen natuur en cultuur dan tussen natuur en recreatie. Bij het beschermen van ons cultureel erfgoed hoort naast fysieke bescherming ook een verhaal, waarbij kennis aan het grote publiek wordt doorgegeven. Een verhaal dat duidelijk maakt waarom bijvoorbeeld een schilderij van Rembrandt of het Vredespaleis zo bijzonder is en waarom het met zoveel zorg behandeld moet worden. Mensen hebben behoefte aan informatie, met respect voor het cultureel erfgoed als gevolg.

Het beschermen van natuurwaarden kent dezelfde twee onlosmakelijk met elkaar verbonden aspecten: 1) het beschermen van natuur en 2) het doorgeven van kennis over die natuur aan het grote publiek. Natuurbeschermingsorganisaties hebben dus een ook educatieve taak. Dat wisten de natuurbeschermers van het eerste uur maar al te goed. Ze hadden vast niet zoveel voor elkaar gekregen als ze hun tijdgenoten niet overspoeld hadden met enthousiasmerende publicaties. Zelfs nu nog zijn de Verkade-albums van Jac. P. Thijsse een begrip. En wat doen we nu met de natuurgebieden, hoor ik u denken? Voor het openstellen van natuurgebieden voor mensen zouden soortgelijke regels kunnen gelden als voor het openstellen van het cultureel erfgoed.

Natuurbeschermers en beleidsmakers, de weg die naar de recreatie is ingeslagen is niet de goede weg. Er worden nu op beleidsniveau besluiten over recreatie genomen die de noeste inspanningen van de boswachters en natuurbeschermers in het veld vernietigen. Niets is zo frustrerend en demotiverend als het moeten aanzien van vernietiging van iets dat met veel moeite en inspanning tot stand is gebracht. Sla de weg in van het beschermen van natuur en van natuureducatie. Op de lange duur heeft die het grote publiek veel meer te bieden. Er zijn dan ook in de toekomst nog waardevolle natuurgebieden, waar de mens van kan genieten. Met mate, dat wel.

Laura I. Kooistra