Raad voor Natuur en Landschap
Reactie de op opinie "Stop de Verblekering!" (september 2011) (2/2)
Door: Kees Nieuwerth
In het meest recente nummer van De Levende Natuur schreven Frank Saris en Frits van Beusekom een artikel waarin de natuurbeschermingsorganisaties in ons land opgeroepen worden de krachten te bundelen. Op een heldere wijze wordt op de rij gezet dat het door dit kabinet gevoerde beleid negatief uitpakt voor natuur- en landschapsbescherming. Het is een uiterst minimalistische vorm van beleid, waarbij het uitgangspunt lijkt te zijn dat Nederland alleen aan natuurbescherming doet waar het daartoe door internationale verdragen en het EU-beleid gedwongen wordt!
Met de schrijvers betreur ik deze gang van zaken zeer. Als oud-SBB-er en ex LNV-er heb ik me jarenlang ingezet voor de ontwikkeling van een zorgvuldig natuur- en landschapsbeleid. Nu ik met pensioen ben doe ik dat nog steeds: als bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. In die rol mocht ik onlangs de KNNV adviseren inzake een zienswijze (we noemden dat vroeger gewoon een bezwaarschrift!) op de onlangs ter inzage gelegde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
Ons voornaamste bezwaar tegen die beleidsnota is dat daarin gesteld wordt dat met het publiceren hiervan het bouwwerk van alle voorgaande en zorgvuldig in de afgelopen veertig (!) jaar ontwikkelde beleidsnota's als achterhaald weggezet wordt!
Kroon op dit zorgvuldig uitgewerkte beleid vormde het innovatieve concept van de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) ter bescherming van de biodiversiteit. De ontwikkeling en daadwerkelijke toepassing hiervan trok internationale aandacht en zelfs navolging door de ontwikkeling van een Europese Ecologische Hoofd Structuur. Logisch, aangezien de biodiversiteit een landsgrensoverschrijdende natuurlijke hulpbron is en de achteruitgang van die biodiversiteit ook een gezamenlijke, internationale uitdaging!
Voorliggende rijksnota, de ontwerp- Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is echter een forse trendbreuk Het daarin uiteengezette beleid breekt plotseling met het vigerende natuur- en landschapsbeleid dat in de voorgaande jaren op een consistente, zorgvuldige en evenwichtige wijze ontwikkeld werd.
De Structuurvisie stelt een integrale beleidsnota te zijn, maar is wat ons betreft een ‘grijs’ stuk waarin het ‘groene’ hoofdstuk gereduceerd is tot slechts een nevendoelstelling, niet langer één van de hoofddoelstellingen van de Nederlandse rijksoverheid. Dit klemt des te meer omdat deze rijksnota de economie –en meer in het bijzonder de klassieke groei-economie- centraal stelt. De voorliggende Structuurvisie stelt zich vooral ten doel om Nederland een land te laten zijn waar het goed en veilig wonen en werken is en waar de bewoners/gebruiker (consument en producent) de ruimte krijgt. Kennelijk zijn die bewoners alleen maar de mensen! Wij constateren dat de nota een sterk antropocentrisch in plaats van ecocentrisch beleid uitdraagt.
Daarbij dient de kritische kanttekening geplaatst te worden dat de drager van de economie de natuurlijke rijkdom is: natuurlijke hulpbronnen zoals natuurkrachten als energiedragers, de variatie aan bodems en waterlopen, planten en dieren: de biodiversiteit. Gelet op de onderling samenhangende crisissituaties die dé uitdaging vormen voor onze generatie en deze eeuw (de klimaatcrisis, de energiecrisis, de biodiversiteitcrisis, de voedselcrisis en de economische crisis) zou verwacht mogen worden dat ervoor gekozen wordt de economie fundamenteel te herijken en om te buigen door middel van selectieve groei naar een ‘groene’ economie. In plaats daarvan wordt nu juist –zonder grondige redenen aan te geven- gekozen voor een ‘herijking’ van het natuur- en landschapsbeleid in het algemeen en de EHS in het bijzonder!
In het licht van onze internationale verplichtingen ter bescherming en ontwikkeling van de biodiversiteit lijkt ons dit niet te verantwoorden. Het bewaken van de samenhang in het landschap behoort tot de taak van de rijksoverheid en dit niet mag worden overlaten aan lagere overheden, die immers dat grotere overzicht niet hoeven en kunnen bewaken. Eén en ander blijkt ook uit de onlangs ter inzage gelegde nieuwe Natuurwet. Daarin worden de bevoegdheden inzake natuurbescherming in zodanig sterke mate gedecentraliseerd dat er straks sprake kan zijn van totaal verschillende uitvoeringsmodaliteiten tussen de provincies, waardoor dus rechtsongelijkheid kan ontstaan! Bovendien is er bij ingrepen alleen sprake van vergunningsplicht in Natura 2000 gebieden én dan alleen bij 'mogelijk significant negatieve gevolgen'. Over wat dat zijn en hoe die in kaart gebracht (dienen te) worden kunnen de interpretaties kennelijk ook nog verschillen!
Kortom:het pleidooi van Saris en van Beusekom om tot bundeling van krachten te komen is mij uit het hart gegrepen! Het lijkt me dringend nodig om de eertijdse Contact Commissie Natuur en Landschap opnieuw uit te vinden. Ik versta het pleidooi als een oproep om een Raad voor Natuur en Landschap te vormen waarin alle organisaties actief op het gebied van natuur- en landschapsbescherming en -ontwikkeling zitting nemen.
Naar mijn inschatting zal de KNNV uit volle overtuiging daarin participeren. Gezamenlijk trekken we dan op om het voor natuur en landschap negatieve tij te keren. Een dergelijk platform zou dan inderdaad een aansprekende woordvoerder kunnen benoemen die natuur en landschap telkens weer een stem geeft in de samenleving en de politiek!
Kees Nieuwerth, lid landelijk bestuur KNNV o.m. oud-hoofd van de afdelingen Verkeerswegen en Landschapsecologie van het Staatsbosbeheer

