Natuur als collectief goed
Reactie de op opinie "Stop de Verblekering!" (september 2011) (1/2)
Door: J. van der Straaten
Het is een verademing om de bijdrage van Frank Saris en Frits van Beusekom in het septembernummer 2011 van De Levende Natuur te lezen. Hun betoog rust op twee uitgangspunten: 1. Natuur is een collectief goed en rechtse politieke partijen hevelen het overheidsgeld voor de natuur over naar de agrarische sector. 2. De natuurbescherming heeft te veel op zijn lauweren gerust en is er niet in geslaagd het belang van de natuur goed voor het voetlicht te brengen. Beide standpunten verdienen een nadere onderbouwing en nuancering.
Je kunt moeilijk volhouden dat rechts het voorzien heeft op een verdere afbraak van het natuur- en milieubeleid. Je kunt niet stellen dat bijvoorbeeld Aalders, Cramer, Vorrink en Pronk beter voor natuur en milieu hebben gezorgd dan Braks, Winsemius, Nijpels, Kruizinga, Ginjaar en Veerman. Met de rechtse politiek is wat anders aan de hand. Het CDA is de meest uitgesproken plattelandspartij in Nederland. Boeren hebben altijd kans gezien om dat uit te buiten. Zo was in 1990 ongeveer 25 % van de verzurende depositie afkomstig uit de intensieve veehouderij; op het ogenblik is dat ongeveer 50%. Ander sectoren zoals de olieraffinaderijen, elektriciteitscentrales en het verkeer hebben in die periode gigantische investeringen gedaan om de verzurende depositie terug te dringen, maar de boeren zijn er in geslaagd zich een steeds groter deel van die milieugebruiksruimte toe te eigenen. Het CDA was hen daarbij behulpzaam.
Overigens geldt hetzelfde voor de verontreiniging van het oppervlaktewater: het is de agrarische sector die door overbemesting voor een onaanvaardbare belasting van het oppervlaktewater zorgt, terwijl elders grote sommen geld worden geïnvesteerd om het afvalwater te reinigen. Als het over de natuur gaat, zien we een vergelijkbare ontwikkeling. Eens was het boerenland in Nederland rijk aan allerlei planten en dieren. Die rijke ecosystemen werden ingeruild voor groene biljartlakens en maïsvelden. Het collectief goed natuur werd geruisloos opgeofferd voor plat gewin. Fundamenteel verzet van de natuurorganisaties was en is schaars.
Na de laatste zware nederlaag is het CDA bij zichzelf te rade gegaan en hebben de plattelandsmensen (boerenbelangen) de overhand in de partij gekregen. Bleker is de uitkomst van dit proces. De natuurbeweging heeft nooit heftig actie gevoerd tegen dit soort praktijken. Men heeft nooit de moed gehad de politiek stelselmatig aan te spreken op het volstrekt onaanvaardbare van het toe-eigenen van de milieugebruiksruimte en vernietiging van collectieve goederen door de agrarische sector.
En hiermede komen we aan de positie van Natuurmonumenten. Natuurmonumenten heeft een grote vlucht doorgemaakt, maar is daarmee ook in gevaarlijk vaarwater terecht gekomen. De organisatie is ook een doel op zichzelf geworden en politiek gevoelige onderwerpen werden en worden gemeden. De jongens en meisjes van pr, management en marketing hebben de organisatie geruisloos overgenomen. Wie de moeite neemt om de toon en de inhoud van het blad Natuurbehoud van 10, 20, 30 of 40 jaar geleden te vergelijken met die van de afgelopen jaren gelooft zijn ogen niet. Van de strijdbaarheid, de bevlogenheid en de visie van toen is niet veel meer over. Natuurmonumenten is willens en wetens deze weg ingeslagen en wordt er nu op afgerekend.
Waarover gaat het nu in Natuurbehoud: over de bedreigingen van de natuur en het verlies aan biodiversiteit en de strijd die voor het behoud daarvan noodzakelijk is? En bovenal door welke economische sectoren die achteruitgang wordt veroorzaakt en door welke politieke manipulaties dat doel wordt bereikt? Of gaat het om natuur als decor en coulisse van vrijetijdstijdsbesteding: elektrische fiets, genieten van de natuur en een kop koffie op het terras van De Rustende Jager? En als klap op de vuurpijl: ‘uw geliefde viervoeter is van harte welkom in onze terreinen’. De tragiek is dat als je op die manier je boodschap uitdraagt, je ook niet verbaasd hoeft te zijn, als je voor het grote publiek niet meer herkenbaar bent als bevlogen natuurorganisatie. Natuurminnend Nederland verdient wat beters.
Het wordt tijd dat de hiervoor vermelde zaken door natuurminnend Nederland eens goed besproken worden. Saris en Van Beusekom doen daarvoor goede voorstellen, maar de valkuilen uit het verleden moeten wel duidelijk voor iedereen zijn. Met het oprichten van een platform zijn we er nog niet. Dat kan dezelfde kant opgaan als de stichting Natuur en Milieu, die voor dezelfde doelstellingen destijds in het leven is geroepen. Een herhaling van zetten is ongewenst.
Dr J. van der Straaten, Stichting Saxifraga

